Home / Weblog / Gerrit Riemer

Gerrit Riemer

Weblog van ds. G. Riemer

 

Jakarta, 22 maart 2011.

 

De Masteropleiding van SETIA (MDiv) is gelokaliseerd in een huis ergens in het Noorden van de stad. 22 studenten (m/v) zijn daar gehuisvest en ontvangen iedere dag van de week hun docenten. Als groep zijn ze nauw op elkaar aangewezen. En dat is te merken ook. Zoals ik het deze weken mag meemaken: de sfeer is goed, er heerst een teamgeest.

 

In het kader van LITINDO ben ik daar bezig met wat we 'fieldtesting' noemen: geschreven materiaal bij de doelgroep uitproberen en de kwaliteit daarvan ondervinden. Ik schreef voor de Dogmatiek die we aan het produceren zijn het eerste hoofdstuk over 'Openbaring Gods, Heilige Schrift en Dogma' (in een eerdere fase schreef ik ook het hoofdstuk over 'De Heilige Geest').
Hoe ontdek je nou als schrijver dat het geschrevenen doet waar het voor bedoeld is? Namelijk dit: dat het materiaal geschikt is als voorbereidings- en verdiepingsmateriaal voor het lesgeven op een theologische school?

Die vraag stelde ik me om het juiste format te vinden voor deze twee weken. Het antwoord is in feite niet moeilijk: niet ik, maar de studenten moeten lesgeven uit het materiaal. Alleen op die manier kan ik zien en horen of en hoe de inhoud van het geschrevene goed 'communiceert'.
Dus heb ik het hele hoofdstuk (60 pagina's) verdeeld in vier blokken en de groep studenten in vier groepen. Elke groep kreeg de opdracht een les voor te bereiden op grond van een toegewezen blok. Het hele hoofdstuk zou daarmee in dit korte tijdbestek behandeld worden, het resultaat laat de kwaliteit (goed of minder goed) van mijn schrijfsel zien, de taal wordt gecorrigeerd, de studenten worden onderricht in dit dogma, de studenten worden uitgedaagd om les te geven en worden op hun prestaties bekritiseerd en gecorrigeerd. Met andere woorden: heel veel vliegen in een klap. Maar werkt het ook?

 

Nou en of, als een tierelier. Nu blijkt pas (en dat had ik niet van te woren verwacht) dat het onderwerp de studenten zeer na aan het hart ligt. Ze begrijpen kennelijk dat het hier om uiterst fundamentele zaken gaat, fundamanteel voor het hele theologische bedrijf. En als ze dat al niet door hadden, dan krijgen ze het wel te horen van de eerst optredende 'docenten', hun eigen medestudenten. Met verve wordt duidelijk gemaakt wat er allemaal afhangt van een juiste positiekeuze in dit uiterst moeilijke dogma. Uiterst moeilijk? Dat blijkt dan weer uit het tweede optreden van de groep die de geschiedenis van het dogma van de openbaring Gods voor het voetlicht brengt: van Justinus Martyr, via Tertullianus, Augustinus, Anselmus, Luther, Calvijn, Kant, Karl Barth naar onze eigen tijd. Cruciaal in dit geheel is het denken over algemene en bijzindere genade. En het is duidelijk dat ook hier onder de studenten over 'algemene openbaring' dingen gedacht worden die gaan in de richting van een theologie waarin de ervaring en mogelijkheden van de mens centraal gesteld worden en tot uitgangspunt gemaakt worden van de godskennis. Op de eerste dagen worden er al bekeerlingen gemaakt. Een optredende docent bekende dat hij na het lezen overtuigd was van een andere visie die zijn oude visie vervangen moest.
De discussies zijn af en toe zo heftig dat de optredenen proef-docent het niet meer beheersen kan. Dan grijp ik in - wat een riante positie heb ik hier!

 

Kort en goed: het is inhoudelijk genieten met deze jonge broeders en zusters. Het plan werkt, ik bereik de doelen die ik me gesteld heb. En ik ben God dankbaar dat ik dit mag doen in een wereld die steeds weer opnieuw duidelijk maakt dat de mens moet blijven uitzien naar een andere wereld, waarin wij eindelijk volkomen zullen mogen kennen.
Dankzij Christus!

 

G. Riemer