Home / Weblog / Henk Venema

Henk Venema

Lees de complete weblog hier: http://pahengvoorlitindoinindonesia.blogspot.com/ 

 

Blog Marianus Waang

20-07-2009 18:53

Ook Marianus vertelt uitgebreid - en spannend! - over onze reis naar Papua. Lees zijn verhaal op de website van LITINDO: www.litindo.org. Kijk onder SETIA, Weblog. Op dezelfde site - maar dan onder LITINDO, Weblog - staan ook mijn blogs.

Dominggus van Fifiro

16-07-2009 10:49


Dominggus, afkomstig van Alor, is een alumnus van SETIA. Ik heb hem destijds in de klas gehad. Hij was niet echt een intellectuele hoogvlieger, maar wel een trouwe, gewetensvolle jongen die de zaken goed door had en praktisch kon vormgeven. Eerst ging hij naar Kalimantan Barat. Later werd hij naar Papua gestuurd. En daar wil hij, als het aan hem ligt, blijven. Hij heeft zijn hart aan de Papua's verpand en doet er alles aan om hen hogerop te krijgen. Sinds enkele jaren werkt hij in Fifiro, een Kombaidorp aan de Mangguno, een eind boven Uni. Daar runt hij, met enkele anders SETIA-mensen, de basisschool. Hij doet ook evangelistenwerk, want hij zoekt de mensen op in hun boomhuizen in het bos en vertelt hun over de Here Jezus.
 
We troffen hem in Tanah Merah. Hij was daar ivm het schoolwerk in Fifiro. Hij wachtte op de uitslag van de schoolresultaten en wilde dan zo gauw mogelijk weer terug. Zolang wij in Tanah Merah waren, was Dominggus er om te praten. Hij wilde checken of hij het goed aanpakte en onze mening vragen over wat hij aan het doen was. Meer dan de anderen verdiepte hij zich in het leven van de Kombai mensen. Juist omdat hijzelf een rustige, kalme vent is - overigens weet hij van aanpakken en doorpakken - heeft hij er kennelijk weinig moeite mee om zich aan te passen aan het tempo van de mensen van Fifiro. Anderen lachen wel es een beetje om Dominggus, maar laat hem maar schuiven.
 
Ik heb hem mijn boek Hidup Baru. Orang Kristen dalam Konteks Kebudayaan Setempat (Nieuw leven. De christen in zijn plaatselijke culturele context) gegeven. Daarin behandel ik als casus het sagorupsenfeest van de Kombai. Dit feest is de eredienst van de Kombai voor Refafu om hem te danken en om van hem vruchtbaarheid te vragen. Hij krijgt ook mijn Kitab Suci - untuk Kita! (De Heilige Schrift - voor ons!) over het lezen en verklaren van de bijbel. Met name het eerste boek heb ik hem aangeraden om de achtergronden van zijn mensen in Fifiro beter te leren begrijpen. Hij zou het meteen gaan lezen, zei hij bij het afscheid.
 
Intussen ben ik alweer bijna een week terug in Jakarta. Op zeker moment ging het mobieltje. Dominggus aan de telefoon. Hij vertelt: "Ik heb uw boek gelezen, Paheng. En nu wil ik hier altijd blijven werken." Ontroerend. Was ieder zoals Dominggus, Gods bereidwillige dienaar in Fifiro. Moge God hem zegenen in zijn werk daar.

Wie zorgt er nu eigenlijk voor je? God, Refafu, of ... Mammon?

16-07-2009 10:56


Zoals gezegd, Marianus en ik waren voor LITINDO op Papua om op verschillende plaatsen het onderwerp 'Gods voorzienigheid tegenover de stamgodsdienst' te bespreken. LITINDO werkt aan een boek over de leer van de bijbel (dogmatiek), met als kenmerken 'gereformeerd' en 'contextueel'. De bijbelse geloofsleer wordt niet alleen maar uitgelegd maar ook toegepast op de Indonesische setting. Ikzelf schrijf het hoofdstuk over schepping en voorzienigheid. En Marianus is door LITINDO ingehuurd om de indonesianisering vorm te geven en te coordineren. Bij aankomst op Papua hadden we wat twijfels of onze plannen wel gerealiseerd zouden kunnen worden. Er bleek maar weinig voorbereid te zijn. In Kouh kwam onze komst zelfs als een volslagen verrassing. Maar uiteindelijk hebben we veel meer kunnen doen dan we verwacht hadden. En ook met positieve resultaten. Daarbij speelden ook de prettige omgang en samenwerking met Marianus een belangrijke rol.
 
In de stadsomgeving van Sentani/Waena en Merauke rezen wat vragen over het nut van het ingaan op allerlei stamgebruiken als bezwering en toverij. Al die oude tradities waren toch bezig te verdwijnen. Je zou veel beter kunnen ingaan op de toenemende modernisering en verwereldlijking. Het kostte ons weinig moeite om aan te tonen dat de oude stamcultuur nog wel degelijk een grote rol speelt, ook bij verstadste mensen. Ook dan nog wordt er betaling geeist bij sterfgevallen, al zoekt men misschien niet meer zo naar een schuldige. En angst voor magie en toverij komt zelfs tot in de hoogste kringen in Jakarta nog voor. Er is geen enkele reden om het ingaan op oude stamgebruiken maar na te laten, omdat die er niet meer toe doen. Maar uiteraard, er moet ook aandacht worden gegeven aan de explosieve modernisering van Indonesia. Je ziet in Wamena Papuamannen lopen in peniskoker en met een mobieltje aan het oor. En van sms'en en internetten weten ze ook alles af.
 
In de dorpssfeer kwamen wel meteen allerlei stamzaken naar voren die nog altijd geldig zijn, of (lichtelijk) aangepast aan de christelijke vernieuwing. Bij het zoeken naar de dader van een sterfgeval gebruikt men nu gebed. Of voor een bepaald ritueel wordt nu een witte kip gebruikt, maar verder is alles nog bij het oude. Mensen denken bij ziekte en tegenslag nog altijd meteen aan straf van God of aan de boze opzet van een ander. In Boma kwam Kuboho nog langs: hij leeft nog helemaal in de mythe van Refafu die alles gemaakt heeft en hun grote rijkdom heeft gegeven. Die is door de communisten, de blanken en de Indonesiers weggehaald. Maar uiteindelijk zullen de Papua's alles terugkrijgen. De angst voor de slapende stamgod Refafu mag dan wat op de achtergrond geraakt zijn (de meesten geloven niet meer in hem), de eruit voortvloeiende traditionele leefstijl is nog sterk. We hebben er langdurig met de cursisten over gepraat. Ze zijn allemaal dominee, evangelist of ouderling. Prediking en pastoraat zijn de middelen om de mensen duidelijk te maken hoe het zit met Gods almacht en Zijn regering. Wanneer je met geloofsogen leert kijken, dan raak je je verkeerde beelden kwijt en leer je God kennen als een lieve, zorgvolle Vader die je nooit in de steek laat. Refafu was een kwaaie, boze afgod die met rust gelaten wilde worden. Die meteen wraak nam, als men tegen zijn wil inging. De levende God kan ook kwaad zijn. Zeker. Maar hij redt door het bloed van zijn Zoon.
 
We hebben overal waar we het onderwerp aan de orde stelden prachtige getuigenissen gehoord van de mensen. We hebben eenvoudige ouderlingen ontmoet, die over een geweldige bijbelkennis beschikken. We hebben SETIA-mensen over de vloer gehad die het maandenlang volhouden op eenzame posten. Natuurlijk, er is onder de christenen nog veel syncretisme en halfheid, veel on- en bijgeloof. Maar we hebben duidelijke bewijzen gezien van Gods zorg en van geloofsvertrouwen bij de mensen.
 
Aan de andere kant, de GGRI staan op een tweesprong. Ze staan niet alleen voor de keus tussen God en Refafu. In feite hebben de meesten die keus al gemaakt: voor God en tegen Refafu (al zit er nog wel veel oud denken in hun manier van geloven, ook in de stad). Ze staan ook voor de keus tussen God en Mammon. Vanuit hun verleden staan de Papua's erg open juist voor materiele vooruitgang. Dat hoeft niet verkeerd te zijn. In ieder geval betekent het niet dat ze meteen als materialisten moeten worden getypeerd. Het zijn vooral godsdienstige, messianistische motieven (cargo cult) die hun drijven. Er wordt door de overheid veel geld gegeven voor de maatschappelijke en ook kerkelijke ontwikkeling. Helaas wordt veel van dit geld misbruikt en verrijken sommigen zich er prive mee (in Kouh heeft een van de gemeenteleiders tientallen miljoenen Rupiahs verdonkeremaand). Binnen de GGRI is tweespalt over een project van een gemeentelid dat zich profileert als het hoofd van de GGRI. Hij runt een stichting voor materiele hulpverlening, maar het is allemaal nogal dubieus. Mensen die protesteren en het geloof in God als nummer één willen vasthouden, worden bedreigd en aan de kant gezet. We hebben geprobeerd ook in dezen te laten zien dat het hele leven valt onder Gods zorg. Geloof is het eerste. Gehoorzaamheid aan zijn woord en daaruit voortkomend eerlijk en oprecht gedrag is belangrijker dan op alle mogelijke manieren proberen een graantje mee te pikken. 
 
De belijdenis van Gods voorzienigheid - denk aan Heidelbergse Catechismus, Zondag 10 - vraagt om een duidelijke geloofskeus. Dat eerst. Vervolgens vereist deze belijdenis wilskracht, ambitie, positief denken, eerlijk en oprecht handelen. Ik vond de Papua's mn in Kouh erg gelaten. Ik raakte er wat gedeprimeerd van. In Tanah Merah en in Boma was de situatie gelukkig heel anders, veel positiever. Zou het schorten aan kennis over God en Zijn Zoon, aan vertrouwen op Hem? Eerste prioriteit voor de GGRI op Papua is in ieder geval wel de opleiding van jonge, geestelijke leiders. En eerlijk is eerlijk, daarin geven de tientallen SETIA-mensen die in de regio Boven-Digoel als onderwijzer dienen het goede voorbeeld. Zij willen graag de GGRI helpen. Een goede samenwerking (waarin duidelijke afspraken worden gemaakt en wederzijds vertrouwen wordt uitgesproken) kan de mensen tot nieuw leven brengen: Inderdaad, God doet grote dingen, daar op Papua. Hij is er zelf bij. Met zijn zorg en zijn regering.


Op de foto de intussen grijze Hendrik Besagi te Boma, met een lange staat van trouwe dienst als evangelist en ouderling.

Vogeltjeseten

14-07-2009 13:28

Mijn vader verpoft het tot op vandaag om mais te eten. Dat noemt hij laatdunkend vogeltjeseten. De mensen van Alor zijn bepaald geen vogels. Maar mais is wel hun hoofdvoedsel. En ze kunnen het bijzonder lekker klaarmaken. Dat heb ik vandaag ondervonden. Maar, eerlijk is eerlijk, het was echt vogeltjeseten.
 
Al voor ik naar Papua vertrok, had Safira mij beloofd: "Als u terugkomt ga ik voor u koken." Safira is de vrouw van Aprianus. Ze wonen sinds kort pal naast Marianus en Mariam. Ze zijn allemaal afkomstig van het eiland Alor in Oost-Indonesia (provincie NTT, ten noorden van Timor). Ook Aprianus en Safira ken ik goed. Van de campus en van hun kerkenwerk in Seriti (Toraja, Celebes). Intussen werken ze al een paar jaar op de campus in Jakarta. Aprianus is docent en volgt de M.Div-opleiding en Safira is docente op de opleiding verpleegkunde van SETIA.
 
"Ik ga kapurun voor u maken," zei ze toen. "Kapurun," vroeg ik, "maar dat is toch een Toraja-gerecht? En jij komt van Alor." "Ja, maar dat is lekker, hoor." "Dat kan best zijn, maar ik wil van jou geen vreemd eten. Als ik bij jullie kom eten, eten we Alorees." "Dan krijgt u mais te eten, hoor." "Nou, wat zou dat? Dat lust ik graag." "OK, dan kook ik een Alor-gerecht." Aldus afgesproken.
 
En nu ben ik terug in Jakarta. Zaterdagmiddag zie ik Safira op de ceremoniele diploma-uitreiking van SETIA. Ze komt meteen op mij af. Van een afstandje vragen haar ogen al: "Wanneer zal het zijn?" We steken even de koppen bij elkaar en spreken af: dinsdagmiddag.
 
Om een uur of twaalf rijden we - ik gebruik de auto met chauffeur van Wisma PGI - het wooncomplex ASABRI op, helemaal in Zuid-Oost-Jakarta / Bekasi. De naam zegt dat het oorspronkelijk voor militairen bestemd was, maar het is blijkbaar algemeen toegankelijk. De huizen waar de beide gezinnen wonen zien er goed en nog nieuw uit. Ze wonen hier graag, want het is rustig. Geen lawaai van verkeer en machines. En voor de kinderen ook goed. Het eten staat al klaar. Behalve het maisgerecht is er rijst en kangkung (een soort spinazie) en gegrillde vis. Safira heeft haar beste beentje voorgezet. Ze deed destijds wat minderwaardig over het eten van mais, maar het smaakt echt heerlijk. Behalve mais zitten er boontjes, pinda's, tomaatjes en een soort groente in. Ik schep het eerst op als groente bij de rijst, maar dat is niet de bedoeling. Je hoort de mais afzonderlijk te eten. Echt lekker. Als het zo hoofdvoedsel is, dan doet het echt niet onder voor rijst of sago.
 
Dan komt het verhaal van de mais. Aprianus en Safira hebben heel wat moeten rondrijden om aan mais te komen. In Jakarta kent men het blijkbaar niet zo. Op Papua stikken ze erin. Vorige week in Wamena hebben we ons nog tegoed gedaan aan maiskolven. Maar alzo niet in Jakarta. Uiteindelijk hebben ze het kunnen kopen op ... de vogeltjesmarkt. We hebben dus inderdaad vogelvoer zitten eten. Maar wat maakt het uit? Mais is mais. Het was lekker. En we hadden het samen heel gezellig. Dat laatste is het belangrijkste. Fijn trouwens dat deze gezinnen buren van elkaar zijn. Ze hebben veel aan elkaar. Dat is ook goed voor SETIA.

Met geloofsogen scheuren over de Digoel

12-07-2009 12:00


Tijdens een van de miniseminars op Papua maakte een van de aanwezigen de rake opmerking dat je als christen altijd moet kijken met geloofsogen. Dat bewaart je voor blindheid, bijziendheid, kortzichtigheid. Met geloofsogen zie je de werkelijkheid zoals die door God is gemaakt en door Hem wordt verzorgd en beschermd. Het zorgt ervoor dat je dag en nacht bewust leeft als kind van God, dat je je veilig weet en geen zorgen maakt, wat er ook gebeurt.
 
Als christen weet je dit natuurlijk allemaal wel. Alleen, je denkt er vaak niet zo over na. En je leeft er ook niet altijd naar. Ja, wel als je iets ernstigs overkomt: een ongeluk, een ziekte, een sterfgeval. Maar in het alledaagse leven van 's morgens opstaan, ontbijten, naar school of je werk rijden enzovoort? Dan is alles zo vanzelfsprekend, zo voor de hand liggend. Daarom is het goed om weer even met de neus op de feiten te worden gedrukt: je leven ligt in Gods hand.
 
Ik kreeg de kans om dat kijken met geloofsogen weer even flink te oefenen, tijdens een nachtelijke tocht van Kouh naar Tanah Merah over de snelstromende rivier de Digoel. Bij aankomst in Kouh met het watervliegtuig van de MAF, vroeg piloot Tom ons om voor de vervolgvlucht naar Boma naar Tanah Merah te komen. Nou ja, als hij dat wilde, vooruit dan maar. Dat gaf ons meteen de mogelijkheid om ook daar mensen van GGRI en SETIA te ontmoeten en ook daar ons LITINDO-onderwerp te bespreken. Het zou ook niet moeilijk zijn om vervoer te vinden, waar er gingen dagelijks boten heen en terug naar Tanah Merah. Intussen bekroop me alvast wel een gevoel van angst. Vroeger droeg ik tijdens vaartochten altijd een zwemvest, omdat ik - zacht uitgedrukt - nogal last van watervrees heb. Ik had nu geen zwemvest bij me. Nou ja, het gaat vast wel goed, stelde ik mezelf gerust.
 
De schrik sloeg me helemaal om het hart toen onze gastheer, Pak Theo, vrijdagmiddag om een uur of vijf kwam melden dat er zo een speed zou vertrekken naar Tanah Merah en dat wij maar mee moesten gaan, omdat hij niet wist of er zaterdag ook een boot zou varen. Dat werd dus varen bij avond, in het donker, zonder goed zicht op de bochtige banjirrende rivier waaruit overal vastgelopen boomstronken omhoogstaken. Maar wat moest ik? Mijn metgezel Marianus baalde er wel van dat we in het donker niets konden zien van de omgeving, maar hij had er best zin in. We pakten onze spullen bij elkaar. Geld en documenten deed ik bij elkaar in een plastic zakje, dat ik om mijn nek hing. Ik kreeg nog een dik jack mee van gastvrouw Elisabet. En daar gingen we naar de steiger.

Tegen zessen vertrokken we. In het schemerdonker. Behalve ons tweeen waren er de stuurman, een bootsjongen en nog een passagier. De bagage lag onder een dekzeil voorin de smalle boot, wij zaten achterin op de houten bodem, met een zeil over ons heen. De driver stond achterin bij de 40pk aanhangmotor. Hij gaf meteen vol gas. Met kloppend hart ging ik de tocht aan: als dit maar goed afloopt. Bij nacht en ontij scheuren over de Digoel: laat mijn moeder dit niet horen. Die is al doodsbang als ik vlieg. Dat doet mij nu juist helemaal niets. Varen dat is pas erg.
 
We maakten de grote bocht rond Kouh en kwamen voorbij Katawage. Vlakbij de kali Kleit, die ik in het verleden eens ben opgevaren tot vlakbij Desa Maju (toen was het licht en ging het langzaam ... en ik had een zwemvest aan), stopte de driver middenop de rivier. Wat is er? "Ik moet nu eerst plassen." Dat deed hij van achteruit de boot. Goed voorbeeld doet goed volgen. Daarna ging het weer verder, nu met een breed en ver stralende zaklamp als hulpmiddel. We maakten de ene na de andere ronding. Boven ons scheen de maansikkel en werden miljoenen sterren zichtbaar. Aan weerskanten van de boot tekenden zich de donkere contouren van het oerwoud af. Ik begon met andere ogen te kijken. Dit is toch wel heel mooi, bedacht ik. Ik dacht niet meer zo erg aan mogelijke boomstammen waarop we te pletter zouden kunnen slaan, maar ik keek omhoog en kwam onder de indruk van al dat moois om ons heen. Mijn angst kwam nog wel even terug. Het werd mistig. De driver trok zich er niets van aan. We bleven scheuren over de Digoel. Hij kende de rivier op zijn duimpje, had hij gezegd. Even later was het weer helde. We waren al voorbij Mariang en ook voorbij Tanah Tinggi toen hij opeens weer vaart minderde en stopte. "Nu eerst eten," klonk het achteruit de boot. "Ik heb sinds vanmorgen al niets meer gehad." Terwijl hij genoot van zijn avondhap, dobberden we rustig voort op de stroom. We gleden voorbij een tuin waar licht schemerde. Daar waren mensen. Ze hadden in hun bivak een vuurtje aan. We hoorden roepen en schreeuwden terug. Boven ons zagen we de sterren. En vanuit het bos klonken allerlei geluiden. Zo nu en dan sprong er een vis even uit het water op. Wauw, dit was kostelijk. Genieten.
 
"Nog ruim een halfuur," zei de stuur en startte de buitenboord. Daar gingen we weer. De maan was bijna onder. Nu eens zagen we hem rechts, dan weer links en soms was hij achter ons. Op Papua ga je alle kanten op om je bestemming te bereiken. Toen hij op een gegeven vaart minderde in een scherpe bocht waar hout uit de rivier opstak, hoorden we gedreun. "Dat is Tanah Merah al," zei de driver. Nog twee lange bochten, dan zijn we er. En ja, om even over half negen kwamen de lichten van Tanah Merah in zicht. We legden aan bij de pasar (markt) en werden door vriendelijke handen uit de boot geholpen. Niet lang daarna werden we naar ons onderkomen 'Caritas' gebracht. Het was een avontuurlijke tocht. Maar uiteindelijk was het wel genieten. Ik heb er geen enge dromen aan overgehouden. Vast omdat ik tijdens de tocht met geloofsogen ben gaan kijken. Dat maakte mij rustig. Maar of ik een volgende keer zou popelen om weer zo'n nachtelijke boottocht te maken? Dan toch maar liever overdag. En met een zwemvest aan. Want dat kijken met geloofsogen betekent niet dat je je ogen sluit en alles maar over je laat komen. Kijken, dat doe je welbewust.


PS Foto: SETIA-mensen gaan met hun longboat terug naar Firiwage.

Werk volgens planning

11-07-2009 06:18



Dankbaar constateer ik dat het programma van deze LITINDO-reis tot nu toe precies volgens schema kon worden uitgevoerd. De eerste weken in Jakarta en op Bali verliepen al zoals gepland (zie eerdere blogs). Maar ook het hoofddoel van de reis werd gerealiseerd en zelfs meer dan dat: een serie miniseminars voor kerkleiders van de GGRI op Papua (GGRI-P) over het onderwerp 'Gods voorzienigheid tegenover de stamgodsdienst'. Miniseminar was soms wel een wat te groot woord, maar wat mij betreft valt elk serieus gesprek over het seminar-onderwerp er ook onder. Oorspronkelijk was het mijn bedoeling om - net als in vroegere jaren - een (groot) seminar van een dag of tien te organiseren voor alle predikanten en evangelisten van de GGRI-P, in nauwe samenwerking met IRTT. Toen dat om bepaalde redenen niet mogelijk bleek, wijzigde ik mijn plannen. Ik kon mijn doel, het uittesten van al geschreven lesmateriaal en het verzamelen van adatmateriaal, wellicht ook bereiken door op verschillende plaatsen miniseminars te geven van één of twee dagen, of anders door alleen een gesprek erover. Toen ik op Papua aankwam, twijfelde ik er even aan of er ook van díe plannen wel iets terecht zou komen. Er bleek weinig tot niets voorbereid te zijn. De een was ziek en de ander wist van niets. Maar ik werd beschaamd. In ruim drie weken werd op vijf plaatsen een bijeenkomst gehouden - hier van enkele uren, daar van een paar dagen - waarop het onderwerp besproken werd, namelijk bij de GGRI-P in Waena/Sentani (aan de Noordkust), Merauke (aan de Zuidkust), Kouh, Tanah Merah en Boma. En meer dan dat! In Tanah Merah ging 'toevallig' (!) de preek van ds Ignatius Amotey over 'ons' onderwerp. En ook met SETIA-mensen in Koya Timur (Noordkust), Merauke en Tanah Merah werd het onderwerp besproken.
 
Deze keer hoefde ik de klus niet in mijn eentje te klaren. Mijn Indonesische collega Marianus Waang was mijn maatje. Hij is door LITINDO ingeschakeld bij de realisering van het dogmatiekproject: een boek waarin de leer van de bijbel wordt uitgelegd, gericht op de Indonesische context. Om het wat moeilijker te zeggen: een gereformeerde contextuele dogmatiek. Het is vooral Marianus' taak om te zorgen voor de indonesianisering van het geheel. Hij is daarvan de coordinator. Het was voor hem de eerste keer dat hij op Papua kwam en kennismaakte met de GGRI-P. Ik kan zeggen dat we samen een hecht koppel vormden. We hebben alles samen gedaan. Ik heb van zijn aanwezigheid en kameraadschap genoten en ik heb diepe waardering gekregen voor zijn kennis, zijn inzicht, zijn wijsheid en vooral zijn rustige en geduldige manier van omgaan met de mensen. Hij weet de mensen te overtuigen. Natuurlijk gingen de gesprekken niet alleen over het seminar-onderwerp, maar ook over de kerkelijke situatie van de GGRI-P en over de verhouding cq samenwerking tussen de GGRI-P en SETIA. Op persoonlijke titel - dat hebben we goed duidelijk gemaakt - hebben we desgevraagd onze mening geuit en advies gegeven.
 
Ons programma kon volgens plan worden uitgevoerd. We waren gezond. Het weer was goed voor de vluchten in het binnenland. De MAF heeft aan onze verzoeken kunnen voldoen. Wie met geloofsogen kijkt, ziet in al deze dingen de hand van God. Door zijn voorzienigheid kon het allemaal gebeuren. Hij zorgt ook voor de GGRI-P. Voor SETIA. En voor Papua. Die zorg hebben ze hard nodig. 
 
In volgende blogs hoop ik een terugblik te geven op ons werk voor LITINDO tijdens ons verblijf op Papua.

Wisseling van werelden

10-07-2009 12:31

Wekenlang zijn we onbereikbaar geweest. Van Sentani/Jayapura, waar internetten nog mogelijk was, zijn we naar Merauke gereisd. Daar lukte het met pijn en moeite om on line te komen, maar het ging zo traag en de verbinding werd zovaak verbroken dat we het maar hebben opgegeven. In het binnenland van Zuid-Papua, in de regio Boven-Digoel, was helemaal geen signaal (behalve in Tanah Merah). Daar waren we voor contact met de buitenwereld nog als vroeger aangewezen op de kortegolfzender. Toen we eergisteren uit de jungle van het Zuiden in Wamena, het centrum van de Baliemvallei, aankwamen, hadden we weer bereik. En nu in Sentani kunnen we ook weer internetten, zij het langzaam. Morgen vertrekken we naar Surabaya en overmorgen naar Jakarta. Daar zal internetten geen probleem meer zijn.

Maar wat een wereld van verschil tussen nu en de periode dat ik op Papua werkzaam was (1981-1992). Wanneer we toen een brief verstuurden, wisten we dat we ongeveer twee maanden moesten wachten op antwoord. Nu is er binnen een paar dagen, of zelfs binnen een paar minuten reactie. Als je aan die snelweg van communicatie eenmaal gewend bent, heeft het verleden afgedaan. Hetzelfde geldt voor het reizen tussen de dorpen. Vroeger deed je met de prauw een dag over de tocht van Boma naar Uni. Lopend bij lage waterstanden) kon je het in een uur of vijf doen. Nu kun je er per truck of motor in ruim een uur naar toe rijden. Loop je over de pas aangelegde weg, dan doe je er twee en een half uur over. Nog altijd de helft van vroeger. Maar dat wil toch niemand meer?

Het binnenland van Zuid-Papua wisselt in korte tijd van wereld. Dat was al het geval door de komst van zending en overheid. Maar dat raakt in een complete stroomversnelling door de verbetering van de infrastructuur. De mensen van de Jair, Awyu en Kombaistammen hebben een nieuwe wereld betreden. Die wisseling van werelden vindt ook op het water plaats. Er varen dagelijks boten tussen Tanah Merah en Kouh, Kawagit, Manggelum en verder. Houten boten, longboats en speeds, je kunt iedere dag wel een boot nemen. Geen wonder dan ook dat er in Tanah Merah hele wijken verrijzen van 'orang Kouh', 'orang Kawagit' enz. Vanuit Tanah Merah kun je dan weer verder per boot of per vliegtuig.

De gesloten wereld van de jungle gaat langzaam maar zeker open. Voor de bevolking heel plezierig, al blijven ze wel - letterlijk - aan het eind van de wereld zitten. Door de grote afstanden is alles er heel duur. Juist de mensen die het het minst kunnen betalen, moeten het meest betalen. Een liter benzine kost aan de kust Rp. 4800, in Kouh Rp. 15.000 en in Wamena (waar alles moet worden ingevlogen) zelfs Rp. 25.000. Boeken kosten er twee keer zoveel als in Jakarta. En kranten zelfs 3 tot 4 keer zoveel. Het zijn er bijna Nederlandse prijzen.

De verbetering van de infrastructuur heeft ook negatieve gevolgen. Er komt ook van alles binnen, mn veel handelaars en winkeliers die de begeerte van de mensen naar allerlei veel te dure artikelen weten op te wekken, zodat ze hun verdiende geld meteen weer kwijt zijn. Dat is zuur. Maar wat doe je eraan?

Op nog een andere manier hebben wij de wisseling van werelden meegemaakt. Het maakt groot verschil of je vanuit Nederland via Jakarta en Jayapura in de jungle van Papua aankomt, of andersom. Bij aankomst in Sentani vanuit Jakarta vonden we de luchthaven een rommeltje. Nu we vanuit Wamena in Sentani aankwamen, was het ineens een keurig vliegveld. En wat een verschil tussen de Papua's in de sagomoerassen, in de bergen en in de stad. Zodra je vanuit het laagland de bergen invliegt verandert alles. Eerst vlieg je over de vanzelf groeiende sagopalmen, dan over de talloze aardappelakkers van de bergbewoners. En in de stad is alles en iedereen op de winkels aangewezen. Als dat jou als westerling al aan het duizelen brengt, wat moeten de Papua's dan al niet ervaren. Een totale culture shock. Ze betreden letterlijk een nieuwe wereld. Maar helaas, het is niet dé nieuwe wereld.

Fanfare en tandengeknars in Merauke

10-07-2009 17:15

We zitten in het klooster van de MSC, de missionarissen van het heilig
hart. Vanmorgen om zes uur waren we bij de luchthaven in Sentani. Het
was als altijd een dringen om binnen te komen. Daar ging het inchecken
voor de vlucht naar Merauke vlot. We hoefden zelfs voor het
overgewicht - een pakket boeken van 10 kg - niet te betalen. Daarna is
Marianus in de wachtruimte gaan zitten. Ik heb de auto weggebracht
naar de MAF en de sleutel afgegeven. Een ojek (brommertaxi) heeft me
teruggebracht naar het vliegveld. Toen ook ik in de wachtruimte kwam,
was ons vliegtuig nog niet eens aangekomen. Op tijd vertrekken was al
niet meer mogelijk. Uiteindelijk vertrokken we een uur te laat. In het
vliegtuig zaten we naast Tom Bolser, de MAF-piloot die in Merauke is
gestationeerd en die ons maandag naar Kouh zal brengen. We konden
alvast het een en ander bespreken.

Het duurde lang voor we onze bagage hadden. Toen gingen we eerst naar
de MAF om alvast alles te wegen. Dan hoeft dat maandag niet meer.
Daarna bracht een taxi ons naar de Biara MSC, het klooster dat tussen
de oude kerk en de nieuwe kathedraal in staat. Gisteren had ik al met
broeder Willy gebeld. We waren welkom. Zo werden we ook ontvangen. We
werden meteen uitgenodigd voor de koffie en konden met verschillende
broeders of pastoors een praatje maken. We vielen met de neus in de
boter: juist vandaag vierde de MSC haar 150-jarig bestaan. Aan het
eind van de middag zou er een dienst zijn in de kerk en daarna een
feestelijke maaltijd in het klooster.

We zijn dus voor een paar dagen kloosterlingen en delen in de eenvoud
van de broeders. Het gebouw is oud, maar goed onderhouden. Het eten is
supereenvoudig maar lekker. Er heerst een sfeer van gezelligheid en
ongedwongenheid. De broeders houden ervan om grapjes te maken en
elkaar vliegen af te vangen. Broeder Willy glimschatert continu. Een
bezige bij zonder zit in zijn gat. Na het eten zijn we een dutje gaan
doen. Maar ineens werden we opgeschrikt door de fanfare vlak voor het
raam. Een muziekkorps van jongeren/kinderen startte de feestelijkheden
met een parade op het terrein van kerk en klooster. Een uurlang
marcheerden ze, pauzeerden even voor een sanitaire stop, marcheerden
weer, al musicerend. Tegen vijven begeleidden ze de processie van
pastoors en priesters naar de kerk, die intussen mudvol zat. We hebben
alles van een afstandje meegemaakt. Als gereformeerde dominees zijn
wij toch 'de eenden in dit kippenhok'.

We hebben wel volop deelgenomen aan de feestelijke maaltijd na de mis.
De geestigste geestelijke leidde de samenkomst. Er waren enkele
zanggroepjes die een lied zongen, in het Indonesisch, Engels of in de
stamtaal. Een van de pastoors hield een toespraakje. Daarna was het
tijd voor de 'acara kertak gigi', de ceremonie van het tandengeknars,
oftewel de maaltijd. Na het gebed werd iedereen uitgenodigd om de
tanden te laten knarsen en van het eten te genieten. Er heerste een
gezellige sfeer tussen de broeders, de zusters en de leken.
Verschillende mensen kwamen op ons af. Een kind kuste zelfs mijn hand.
Ik sprak ook dokter Yohanes die destijds met dr Dresser in Senggo
samenwerkte. En een man die in de Muyu met Rufus en Herman op zoek is
geweest naar een verdwenen radiozender. Het aardige is dat iedereen
hier weet waar 'Boven-Digoel' ligt. In Jakarta, op Bali en ook in
Jayapura moet je dat vaak uitleggen. Hier klikt het meteen, wanneer je
Tanah Merah zegt.

Het is aardig om hier een paar dagen te zijn. We hebben wel meteen een
spuitbus tegen de muskieten gekocht, want die zijn hier knap
agressief. Morgenvroeg hopen we SETIA te bezoeken en morgenmiddag
en/of zondag de GGRI. Beide locaties liggen niet ver van onze
verblijfplaats af.

Intussen is de rust teruggekeerd. Het klooster ademt weer de normale
rust en gemoedelijkheid. En daar doen wij aan mee.

"Kasi uang dulu!" ("Geef eerst je geld!")

10-07-2009 17:16

Een grappig moment. Op de terugreis van het seminar in Waena, een half
uur rijden van Sentani/Pos Tujuh waar wij verblijven, parkeren we even
bij een winkel om brood te kopen. De parkeerwacht, een Papua van de
Danistam, schudt ons de hand. "Hoe is het?" "Goed, Pak." "Pas je goed
op de auto?" "Ja, dat komt voor elkaar." Na een paar minuten staan we
alweer buiten en stappen in de auto. Het is donker en druk. De
parkeerwacht zal ons als altijd de weg op helpen door gewoon de auto's
in beide richtingen tegen te houden. Dan zegt hij: "Kasi uang dulu",
niet als een voorwaarde om ons op weg te helpen, maar in de zin van:
laten we eerst maar afrekenen, dan kun je zo meteen doorrijden en hoef
je niet eerst weer te stoppen middenop de drukke weg om het
parkeertarief te voldoen. Goed bedacht van deze man. Hij fluit alle
auto's tot stoppen en verleent ons met een brede armzwaai doorgang. En
wij kunnen meteen vaart maken en hoeven het verkeer niet op te houden.

"Kasi uang dulu." We zitten te lachen in de auto. "Kasi uang dulu."
Daar ging het vandaag vaker over. Maar dan wel in de betekenis: betaal
eerst maar eens. In positieve en in negatieve zin. Pak Okto in Koya
Timur, die voor het runnen van de SMTK daar geld uit Jakarta nodig
heeft, maar dat maar met moeite loskrijgt zodat hij in de moeite komt.
Hij heeft gelijk om dan op zijn poot te spelen. We hoorden het ook in
negatieve zin tijdens het seminar voor de leiders van de GGRI in Waena
en Sentani. Het ging over Gods voorzienigheid tegenover het
adatdenken, bijvoorbeeld bij een sterfgeval. Volgens de adat moet de
schoonfamilie van de overledene dokken. "Kasi uang dulu." ("Geef eerst
je geld."). De man is per definitie schuldig aan de dood van zijn
vrouw, en omgekeerd. Betalen, in geld of in natura.

We hebben een drukke dag gehad. Eerst zijn we naar Koya Timur gereden,
een transmigratiedorp in het binnenland, zo'n 30 km van
Abepura/Jayapura. De weg ernaar toe is goed en gaat over heuvels en
door dalen. Wanneer een vrachtauto voor ons gehuld in dikke zwarte
rookwolken zich omhoog slakt, wachten we eerst maar even. Stel je voor
dat hij achteruit rolt. Dan komen wij klem te zitten. Dat dat een
goede gedachte is blijkt 's middags op de terugreis. Wanneer we over
een top naar beneden rijden zien we voor ons een vrachtauto
terugrollen, terwijl de bijrijden probeert een steen voor de wielen te
gooien. Het loopt gelukkig goed af.

We worden door Pak Okto verwelkomd. De eerste vraag: Wat doe je hier
helemaal aan het eind van de wereld? Antwoord: het is hier goedkoop.
Een materiele reden dus. Terwijl ik eigenlijk een geestelijk antwoord
verwachtte: Dat is toch de opdracht van Jezus? Het is vakantietijd en
daarom rustig. Het SETIA-complex bestaat uit twee gewone huisjes, het
een is jongensinternaat plus huis van Okto en zijn gezin, het andere
meisjesinternaat plus onderkomen van twee vrouwelijke stafleden. De
lessen vinden plaats in de kerk. Het is een pinksterkerk, maar ze zijn
ervan op de hoogte dat SETIA een andere leer is toegedaan. Geen
probleem. Okto is hier heel gemotiveerd aan het werk en wil graag een
eigen terrein. Maar de geldstroom uit Jakarta is maar dun. Okto is
iemand die gewoon zegt hoe hij erover denkt, tegen wie dan ook. Hij
vindt dat ze in Jakarta de kerken en scholen in het binnenland te
weinig aandacht geven. Misschien was de verdrijving van de campus wel
een teken dat ze moeten stoppen met het bouwen van hun Jeruzalem in
Jakarta en echt de desa ingaan. Dat is toch het motto van SETIA?! Uit
de desa voor de desa.

We genieten van een goede maaltijd en hebben de tijd om te praten over
de cultuur van de Papua's. In de auto hadden Marianus en ik het nog
over de kledij van de Papua's gehad, peniskoker en grasrok. Ze lopen
niet naakt, zoals de mensen vaak zeggen, maar hebben een sterk
schaamtegevoel. "Als je me kwaad wil hebben, moet je zeggen dat de
Papua's naaktlopers zijn." En dan zegt Okto later: "Veel Papua's lopen
er nog naakt bij en gaan het weer opnieuw doen voor de commercie." Ik
hoor Marianus afwachten. En ja hoor: "Maak me niet boos, Okto! Ze
lopen er niet naakt bij." Hij heeft wel gelijk: als ze het even doen
voor toeristen om geld te maken, dan vind ik het ook verwerpelijk.
Maar laat de Papua's aub in hun waarde. Het zijn zelfbewuste mensen.
En dat is alleen maar goed. De zending heeft ze nooit gedwongen om
broeken en rokken aan te trekken.

We zijn ruim op tijd terug in Waena voor het miniseminar. Om drie uur
begint het, denken we tegen beter weten in. Om kwart voor vier zijn er
voldoende mensen om te beginnen. En dan hebben we ook een prima
gesprek. Eerst geven we uitleg over de bedoeling en over het
onderwerp. En dan beginnen we de discussie. In een volgende blog
vertel ik daarover meer. De elektriciteit is uitgevallen: het wordt
hoe langer hoe donkerder. Met een paar kaarsen wordt er licht
gebracht. Dat brengt Marianus tot een mooie uitspraak: Als christenen
zijn we net kaarsen. We verspreiden licht maar worden zelf steeds
kleiner. Een van de aanwezigen, Pak Naftali, geeft een indrukwekkend
geloofsgetuigenis. Toen hun jongste zoon verongelukte hebben hij en
zijn vrouw veel kracht van God ontvangen. Op hun waaromvragen kwam
geen antwoord, maar ze weten dat wat God doet goed is. Ze zijn niet
meegegaan in de gebruiken van de adat: dreigen, eisen, wraaknemen. De
voorzienigheid, zorg, regering van God staan echt haaks op de
gedachten van de stamgodsdienst. Toch wordt je in zo'n situatie van
rouw ook nog aangevallen juist door christenen: Wat voor zonde had hij
gedaan? Daarop is maar één antwoord: Lees het boek Job!

Waar zijn de GGRI?

16-06-2009 11:07

Eindelijk lukt het me op internet te komen. Ik kan de mailbox openen maar de berichten niet, laat staan die beantwoorden. De blogsite wil ook openen. En zowaar, ik krijg de kans om iets te schrijven. Hopelijk lukt het ook om mijn verhaal op de blog te krijgen.

Gisteren zijn Marianus en ik in Sentani aangekomen. Ik moest om half twee 's nachts op het vliegveld zijn. Eerst nog wat geslapen en later in het vliegtuig ook weer, zodat ik aardig uitgerust aankwam. Marianus heeft onderweg amper geslapen. In Timika, bij de goud- en kopermijnen van Freeport, mochten we even uit het vliegtuig. Daarna was het nog 50 minuten naar Sentani, de luchthaven van Jayapura aan de Noordkust. Met een taxi zijn we naar Pos Tujuh gereden, de plek waar - al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw - gastenhuizen zijn van allerlei zendingen en waar ook voor ons plek was gereserveerd in het huis van de NRC/Zending Geref. Gemeenten. In het huis van de Zending Gereformeerde Kerken wonen de Wieskes. We werden meteen op koffie onthaald.

's Middags zijn we op zoek gegaan naar mensen van de GGRI, maar de een was ziek en de ander wist van niets. Tja, wat nu? Ik had toch duidelijk van te voren allerlei zaken geregeld en hoopte dat ik het een en ander kon doen. Dan morgen maar proberen via het Kantoor van de GGRI in Waena, een half uur rijden van Sentani. Daar zijn we vanmorgen dan ook naar toe gereden. Eerst via de MAF om nog even de vluchten naar het binnenland van Papua te checken en naar de Merpati om onze tickets voor de vlucht naar Merauke op te halen. Bij het kantoor van de GGRI heerste diepe rust. Een hondekop keek om het hoekje van de deur. En binnen lag nog een ander scharminkel. Verder niets. Geroepen. En ja, daar kwam Yohana tevoorschijn. "Nee, verder is er niemand en ik werk hier nog maar kort en weet ook niet wat ik moet doen." Yustus, een van de ouderlingen, is haar broer. Ze zal hem een boodschap van mij doorgeven en ik krijg een mobiel nummer. De vraag komt steeds meer op: Waar zijn de GGRI? Ik sta aan de deur te roepen, maar waar zijn ze?

Wanneer we even later weer op weg zijn, gaat de telefoon: Yustus. Hij is naar het kantoor van de GGRI gegaan, maar wij waren al weg. Terug dus. Dan hebben we toch een heel goed gesprek. En nu blijkt ook dat er wel degelijk berichten naar het binnenland gegaan zijn. Ook in Waena zelf is zondag nog afgekondigd dat ik eraan kom, samen met Marianus. En hij wil graag regelen dat er een mini seminar wordt gehouden, net alleen met voorgangers maar ook met de ouderlingen erbij. Prima. Hij vertelt ons veel over de situatie van de GGRI. Goed te horen. Bemoedigende berichten ook. Waar zijn de GGRI? Daar dus.

Vanmiddag kreeg ik een sms'je dat we morgenmiddag om drie uur worden verwacht. Ze zullen er zijn.

PS Het is warm hier. Als dan ook nog de elektriciteit uitvalt en geen ventilator het meer doet en ook de waterpomp niet, dan krijg je wel even een culture shock. Maar die was gisteravond nog veel erger, toen we voor het halen van wat boodschappen werden verwezen naar de nieuwe supermarkt, oftewel hypermarkt. Nou, hyper is ie zeker. Heel Papua kan daar zijn boodschappen doen. Sentani, Abepura, Jayapura, ze worden opgestoten in de vaart der volken. Vanmiddag hebben we in alle rust vis gegeten in een restaurantje met prachtig uitzicht over het Sentanimeer. Daar begint overmorgen een groot festival over de cultuur van de Sentanimensen. Naast de modernisering is er dus ook aandacht voor de lokale nog altijd gepraktiseerde cultuur. Als dat maar geen museumstuk wordt.

Kerkdienst met gebaren

14-06-2009 10:38

Ik ben vanmorgen naar de Engelstalige kerkdienst geweest in de protestantse Legian Bali Church. Dat heb ik in het verleden al vaker gedaan, alleen of met het gezin. Vergelijkbaar met de JICF in Jakarta. Alleen, ze hebben hier tijdelijke 'pastors' (vaak al geemeriteerd, meestal uit Amerika) die voor enkele maanden als vrijwilliger komen helpen. Voor onderdak wordt gezorgd. Helaas is de dominee die nu de diensten waarneemt, een Zuid-Koreaan met - uiteraard - de naam Kim, erg slecht te verstaan. Hij houdt een preek over het 'vanzelf' groeiende zaad en het tot een boom uitgroeiende mosterdzaad (Mrk 4), met als thema: 'werk actief mee aan de komst van het Koninkrijk'. Enige uitleg van de gelijkenissen heb ik niet gehoord. Evenmin een vergelijking die je hier in de context van Bali zo mooi kunt maken met de rijstbouw. Jammer. De liederen kende ik op één na niet. En toch heb ik wel genoten en ben ik ook wel gesticht. Niet zozeer door de preek en door de liederen, maar door de ... gebaren. Op de tweede rij zat een jonge vrouw. Bij het zingen staken verschillende mensen de handen in de lucht, loodrecht omhoog. Ik heb er niets op tegen, maar zal het zelf niet gauw doen. Maar wat zij deed was echt heel bijzonder. Om stil van te worden (dat was ik toch al, maar nu met reden). Zij beeldde de inhoud van de liederen uit in Balinese stijl. Spontaan en voor zichzelf. Om zelf zo God te prijzen. Duidelijk en klaar, want ik kon deze gebarentaal helemaal volgen. Als een Balinese danseres speelde ze met haar armen, haar ellebogen, haar polsen, haar vingers. Zij begeleidde de zang op een niet te evenaren manier. Zo de naam van God te prijzen, dat is echt uniek. Deze gebaren zeiden me meer dan woorden. Als je dit meemaakt vallen de taal- en cultuurbarrieres weg. En ook de kerkelijke verschillen verdwijnen naar de achtergrond. Psalm 117 komt in je op: "Looft alle volken, prijs de HEER." 

Van sawahs, vlinders en interviews bij zonsondergang

14-06-2009 10:09

Tussen de Onneres en de Onner polder is groot verschil. Elke keer wanneer ik daar wandel, valt me dat weer op. Evenzo tussen de sawahs/rijstvelden van Jatiluwih in de heuvels van Midden-Bali en het strand van Kuta aan de westkust van Bali. Ik ben gisteren op beide geweest. Van wandelen kwam niet zoveel. Op de sawahs was het heet en op het strand file. Maar leuk was het wel.
 
Wanneer je bij Yulia Beach Inn de straat op loopt, komen de chauffeurs al op je af: "Transport?" Maar wat krijg je dan? En hoeveel vraagt hij? Tijdens het ontbijt vraag ik iemand van het personeel naar de prijzen. Hij weet een goede chauffeur met een goede auto voor me te regelen. En niet duur. Een chauffeur à la Pak Frans bij Wisma PGI in Jakarta. Hij lijkt ook nog op hem. In anderhalf uur rijden we naar Midden-Bali, steeds verder omhoog de heuvels in. Het uitzicht wordt mooier en mooier. Hij brengt me op plaatsen met een grandioos uitzicht. Op de sawahs zijn de mensen druk bezig: de oogst wordt nog binnengehaald (vrouwenwerk) of ze zijn de droge stoppels aan het verbranden om de velden daarna klaar te maken voor weer een nieuwe oogst (mannenwerk). Van toeristen kijken ze niet op. Hoewel, in het binnenland komen maar heel weinig toeristen, vergeleken met de kust. Maar wanneer ze ontdekken dat deze blanke Indonesisch spreekt, stoppen ze toch even met hun werk en maken ze graag een praatje. Ze vertellen over hun gewas: de rijst die ze aan het oogsten zijn is 'rode rijst', een van de duurdere soorten. En heel lekker. Dat is geen grootspraak, weet ik uit ervaring. Ze hebben een goede oogst gehad deze keer. Er komt een brommer voorbij met achterop twee grote blauwe bakken. Het is de ijscoman. Een van de vrouwen gaat een ijsje kopen. Anderen drinken water uit de meegebrachte flessen. Overal op de sawahs staan afdakjes en huisjes. Daar houden ze vooral tegen de oogsttijd de wacht. De vogels moeten worden weggejaagd. Ook staan daar vaak een of twee koeien. Zodra de rijst geoogst is mogen die zich eerst tegoed doen aan de stengels. Wanneer de rest tot stro gedroogd is, gaat de fik erin. En begint het proces van voren af aan. "Nou, succes ermee hoor," zeg ik ten afscheid. "Goede reis, Pak," is het antwoord.
 
We rijden terug via Tabanan. Onderweg stoppen we nog even bij een grote waringinboom. Het dorpsbeeld wordt vaak beheerst door zo'n hoog boven de huizen oprijzende bladerrijke boom. Bij zo'n boom vind je vast en zeker op z'n minst een altaar, maar vaak ook een complete Hindoetempel. Dit soort bomen heeft een bijzondere betekenis als 'levensboom', niet alleen voor de Hindoes op Bali en Java, maar ook voor de Dayaks en de Papua's. Ze vormen de verbinding tussen aarde en hemel en zijn de woonplaats van goden en geesten. Vlak voor Tabanan komen we langs de vlindertuin. We stoppen en nemen een kijkje. Er zijn niet echt veel soorten vlinders (en kevers, rupsen en wandelende takken) maar wel mooie bloemen. Toch wel aardig om te zien hoe men zijn best doet om de natuur te beschermen.
 
Om een uur of drie ben ik weer terug bij Yulia Beach Inn. Uitgeteld, want het is intussen wel erg warm, ook al heeft de auto een goedwerkende airco. Maar tegen de avond ga ik toch ook nog even naar het strand vlakbij om samen met de samengestroomde menigte de zonsondergang te zien. Behalve de zon sta ikzelf blijkbaar in het middelpunt van de belangstelling. Ik word geinterviewd en gefotografeerd door wel dertig SMA-leerlingen. Ze komen op mij af: "Sir, we have to practice our English. We want to interview you and take a picture as proof." Mijn reactie: "Only when I can take a picture of you." Dat is OK. Als ik dan ineens in het Indonesisch tegen hen begin te praten, is de toon van het interview gezet: "How is it possible that you can speak Indonesian? For which reason are you here?" Het zijn meest (gesluierde) meisjes van een Islamschool in Kediri. Ze zijn op 'werkreis'. Wil je goed Engels leren spreken, dan moet je op excursie naar het strand van Bali. Ze lopen er dik ingepakt bij in tegenstelling tot veel blanke badgasten (ja, ik loop er wel netjes bij hoor als niet-badgast). Wanneer er weer een paar op me afkomen, zeg ik al: "Jullie komen vast uit Kediri." Verbazing: "Ja, hoe weet u dat?" "Dat kan ik zien aan jullie neus." Een Indonesische mevrouw staat het allemaal van dichtbij aan te zien en komt naar me toe: "Ik vind het zo leuk dat u dit doet. De meeste blanken willen niet en lopen meteen door. U bent heel anders. En u spreekt nog Indonesisch ook." Ja, maar dit is toch ook veel leuker dan die hele zonsondergang. Het is ook maar net wat je op Bali zoekt: een stuk zand van een bij twee meter onder de hete zon of het contact met de mensen.

Seminar in context

12-06-2009 17:04


Het seminar aan de Theologische Hogeschool 'Johannes Calvijn' in Kerobokan, Bali zit er alweer op. Vier dagen lang zijn we druk aan het werk geweest, ik als instructeur en de deelnemers als cursisten. Het ging steeds plezieriger (zoals vaak). In het begin kreeg ik weinig respons, maar dat veranderde gaandeweg. Men deed steeds meer mee en werd met de dag enthousiaster.


Het onderwerp was dus de methode van bijbelverklaring. Aan de hand van voorbeelden heb ik duidelijk gemaakt hoe het proces verloopt van bijbeltekst naar verklaring en vandaar naar preek/overdenking. Die methode heb ik in mijn boek KItab Suci - Untuk Kita! (De Heilige Schrift - voor ons!) gepresenteerd. Men is er wel achter gekomen dat bijbeluitleg een serieuze en verantwoordelijke bezigheid is die tijd kost (en dat mag ook: je bent niet voor niets prediker!), maar dan ook resultaat oplevert. Eerder deze week ging het over de vaststelling van de grenzen van de tekst en over de plaats van de tekst in het verband (context) en ook in de ontstaanssituatie. Vanmorgen ging het over de link van de tekst met Christus/verlossing en over de toepassing naar de tijd en het leven van vandaag: Gereformeerde exegese in de context van - zeg maar - Bali 2009. In groepjes van een man/vrouw of vier werd er eerst gepraat. Daarna gingen we met z'n allen aan de praat.


Na afloop heb ik eerst nog gegeten samen met docenten en stafleden. Daarna heb ik nog een gesprek gehad met een van de studenten, afkomstig van Oost-Sumba over de kerkelijke situatie daar en over de omgang van de kerk met de adat of cultuur. Dat is altijd een hot item. En op Sumba wel helemaal. Ik heb hem mijn visie daarop uitgelegd, die ik heb besproken in mijn boek Hidup Baru. Orang Kristen dalam konteks kebudayaan setempat (Nieuw leven. De christen in zijn plaatselijke culturele context). Hij hoopt zijn studie binnenkort af te ronden en dan terug te gaan naar Sumba. Volgens de planning zou ik volgend jaar naar Sumba moeten. Ik heb hem beloofd om hem dan te komen opzoeken. Hij woont ergens aan de weg van Waingapu naar Melolo.


Daarna heeft deze student mij op zijn brommer teruggebracht naar Kuta. Onderweg ook nog wat gepraat (of liever geschreeuwd) over: Kunnen we Bali vergelijken met Athene waar Paulus zoveel beelden en altaren zag? En hoe zit het met het eten van offervlees? Op de brommer kun je moeilijk zulke onderwerpen goed bespreken. Maar inderdaad, er zijn zeker overeenkomsten tussen Bali en Athene. En over het eten van offervlees is het laatste woord ook nog niet gezegd. Toen we in de file raakten werd praten helemaal onmogelijk. Veel lawaai en veel hitte. Als dank voor het brengen heb ik hem een exemplaar van Hidup Baru gegeven. Als hij dat nu eerst leest, dan kunnen we volgend jaar - DV - verdergaan met ons gesprek op de brommer.


Het wordt naar mijn gevoel met de dag drukker op Bali. Op mijn kamer heb ik er geen last van. Zo nu en dan begeef ik me even onder het volk. Om een krant te kopen, koffie te drinken of om te eten. Misschien ga ik morgen nog even het binnenland in naar de kampongs en de sawahs. Dat is pas echt Bali.



Johannes Calvijn op Bali

12-06-2009 17:09

Zondagavond in Jakarta hoorde ik zowaar de tokeh, die groot uitgevoerde hagedis met zijn markante geluid. Bij Wisma PGI hoorde je hem wel vaker, maar het was me nog niet opgevallen. Hier op Bali, bij Yulia Beach Inn (YBI) in Kuta, hoor je hem geregeld. Evenals de tortelduiven die hier vrij rondvliegen.

Het is duidelijk vakantietijd. Het is druk in Kuta. Vooral veel Aussies. Ook bij YBI zijn heel wat kamers bezet. Tot mijn verrassing trof ik de familie Togeretz hier, precies naast mij. Vanmorgen zijn ze vertrokken naar Canada. Hun MAF-tijd in Papua zit erop. We hebben dus ook niet veel contact gehad.

Gistermiddag ben ik hier aangekomen. Als altijd logeer ik bij YBI in een ruime en koele kamer. En het bed is gelukkig een stuk beter dan dat in Wisma PGI. Het is nog wel even wennen aan eer een uur tijdsverschil (nu zes uur verschil met NL), maar ik heb prima geslapen. Vanmorgen ben ik begonnen op de STTJC, de Theologische Hogeschool 'Johannes Calvijn'. De afspraak was dat ik docenten zou instrueren over het gebruik van mijn boek 'Kitab Suci - Untuk Kita'. Daarin presenteer ik een methode voor het lezen, uitleggen en verkondigen van de bijbel. Maar behalve de docenten waren er ook enkele scriptie-studenten (laatste fase van de studie). Al met al zo'n 12 deelnemers (m/v). Het boek was, zoals afgesproken, van te voren uitgedeeld, met de bedoeling dat ik meteen kon beginnen met mijn instructies. Sommigen hadden het boek gelezen, maar de meesten nog niet. Daardoor moest ik eerst toch nog een introductie geven in het boek zelf. Dat verliep overigens heel plezierig. Daar ging de hele morgen mee heen, van 9 tot half één. Het viel me wel op dat de aanwezigen goed thuis zijn in de bijbel. Wat wil je ook anders op een gereformeerde opleiding die aansluit bij Calvijns 'Sola Scriptura'. Voor vanmiddag en -avond hebben ze de opdracht gekregen om het boek grondig door te nemen. Morgen gaan we dan aan het werk met de methode zelf.

Het is volgens mijn eigen berekening de vijfde keer dat ik les geef op de STTJC. Een paar van de deelnemers kennen mij al van de eerste keer dat ik kwam, eind jaren negentig. Toen zaten ze nog op een andere locatie, herinner ik me.

De chauffeur van de Blue Bird-taxi die me vanmiddag terugbrachgt heeft beloofd om mij morgenvroeg op te halen. Dat is gemakkelijk. Hij weet waar hij moet zijn. De Jalan Muding Indah in Kerobokan is niet zo gemakkelijk te vinden. Als je in de buurt komt, zie je de school al van verre staan. Niet zo prominent als de kathedraal van Stephen Tong in Jakarta. Die is haast te vergelijken met de moskee en de RK-kathedraal daar. Hoe heeft hij het voor elkaar gekregen, vraag ik me af. De STTJC doet het wat bescheidener. Maar niet minder duidelijk. De naam staat er goed leesbaar op.

Relaties

08-06-2009 03:59

Westerlingen zijn heel zakelijk ingesteld. Bij partnerrelaties gaat het vooral om de contracten, om het opvolgen van de gemaakte afspraken en de secure rapportage daarover. In andere culturen, waaronder die in Indonesia, staan de persoonlijke contacten op de voorgrond: je wordt eerst vrienden en dan ga je samenwerken. De bevestiging van die contacten is dan ook veel belangrijker dan alle andere zaken. Lees hierover maar het bijzonder instructieve boek van Hofstede, Allemaal andersdenkenden.

De gesprekken met uitgevers en vertalers zijn geen gezellige onderonsjes, al vraag je eerst altijd naar de gezondheid en de gezinssituatie en kom je pas daarna te praten over de stand van zaken met betrekking tot de verkoopcijfers van een boek of het stadium van de vertaling van een boek. Eerder vorige week was ik al bij de uitgevers Bina Kasih en BPK geweest. Zaterdag en zondag heb ik de vertalers een bezoek gebracht. Een bezoek aan goede vrienden die hart voor LITINDO hebben en LITINDO voor hen.
 
De nestor onder de vertalers is Ibu A in Bekasi Barat. Zij is intussen op hoge leeftijd maar leverde tot voor kort elke twee maanden de vertaling van een aantal hoofdstukken. Onlangs is zij ziek geworden. Door haar suikerziekte en bloedarmoede moest ze worden opgenomen in het ziekenhuis. Intussen is ze weer thuis, maar erg verzwakt. Of zij nog weer vertaalwerk kan doen, is op dit moment onzeker. We hopen uiteraard dat ze weer mag aansterken en nog een tijd van leven krijgt. Maar, zei ze, ze is "gereed om naar de Heer te gaan op het moment dat Hij mij wil hebben." 
 
Ibu W en Ibu M wonen allebei in Zuid-Oost-Jakarta / Bekasi Barat, samen met hun gezin. Hun echtgenoten hebben aan de TU van de GKV in Kampen gestudeerd en daar hun M.Th-titel behaald. Intussen zijn ze alweer anderhalf jaar terug in Jakarta en weer volop bezig voor de STT SETIA. Ze hebben allebei een hoge positie en helpen mee om de school verder te ontwikkelen. De dames hebben de zorg voor hun gezinnen - allebei drie kinderen - maar kunnen daarnaast ook vertaalwerk doen voor LITINDO. Dat geeft meteen ook wat extra inkomsten. Die zijn uiteraard heel welkom, want de salarissen zijn niet voldoende om rond te komen. Ibu W is klaar met de vertaling van het boek van Inge Oostdijk, Zeg je 't mee in geloof en Ibu M met de vertaling van Egbert Brinks boek Het Woord Vooraf. Ze hebben allebei een nieuwe vertaalopdracht gekregen. Bovendien gaat Ibu M aan het werk met het bewerken van een aantal voor uitgave in aanmerking komende scripties. Zij heeft LITINDO onlangs ook vertegenwoordigd op de jubileumviering van uitgeverij Bina Kasih. Eigenlijk zouden beide dames nog wat verder geschoold moeten worden in het vertaalwerk, maar het valt niet mee om dat te regelen. Misschien is een voortgezette cursus Nederlands aan het Erasmushuis in Jakarta nog een optie, bedenk ik nu.
 
LITINDO is ook naarstig op zoek naar een hoofdagent cq vertegenwoordiger in Indonesia. Zo iemand kan veel vlotter werken dan de schrijvers vanuit Nederland. Veel zaken moeten wachten tot er weer een van de schrijvers op werkreis gaat. Hopelijk komt ook dit voor elkaar. We zijn heel blij met het werk van de vertalers. Intussen zijn er al heel wat LITINDO-boeken verschenen. Die vinden hun weg door heel Indonesia.
 
Ik was ook te gast bij mijn opvolger en zijn gezin. Zij zitten hier intussen al twee keer zolang als wij destijds: zes jaar. Ze hebben het geweldig druk met allerlei werkzaamheden, maar hebben het best naar de zin in Jakarta en willen graag nog enkele jaren blijven. Als dat zou kunnen. Mijn collega is heel positief over de ontwikkelingen op SETIA, mee door de inzet van de al genoemde broeders. Het M.Div-project verloopt ook goed. Onlangs heeft er een evaluatie plaatsgevonden. Het werk gaat door. SETIA verkeert in moeilijke omstandigheden als het gaat om de huisvesting. Maar als het om de opleidingen gaat en het werk van staf en docenten, dan is SETIA werkelijk springlevend. Mooi om te horen en te zien.
 
Het werk in Jakarta zit er voor mij nu eerst op. Op naar Bali.
 
TIP: Kijk ook eens op de vernieuwde website van LITINDO: www.litindo.org

SETIA in stukken

05-06-2009 17:28

Gisteren ben ik al op de locatie Kwitang geweest. Daar is de M.Div-opleiding gesitueerd en ook het kantoor van de aan SETIA gerelateerde GKSI-kerken. Vandaag heb ik een rondrit gemaakt langs de drie andere locaties waar SETIA momenteel bivakkeert: het tentenkamp in Cibubur (ten zuiden van Jakarta), de transmigratiebarakken in Kali Malang (Oost-Jakarta) en het voormalig stadskantoor in Grogol (aan de zuidelijke tolweg richting luchthaven, ongeveer tegenover Taman Anggrek). Ik zou om acht uur worden opgehaald. Dat zou met het bekende Indonesische kwartiertje wel wat later worden. Maar al voor half acht reed de auto voor. Gelukkig kreeg ik alle kans om eerst mijn ontbijt fatsoenlijk af te maken.

De rit naar Cibubur duurde niet lang. Zoals gewoonlijk stond de tolweg naar het Noorden propvol. Wij moesten naar het Zuiden en dat ging vlot. Al voor negen uur reden we, meteen bij de uitrit van de tolweg, het tentenkamp binnen. Gelukkig is het de laatste dagen droog gebleven, zodat alles goed begaanbaar was. Bij regen verandert alles in een modderige, spekgladde brij. Ik ben het tentenkamp doorgelopen en kwam uiteindelijk terecht in het 'kantoor' waar enkele stafleden aan een tafeltje hun werk deden, midden tussen de zakken rijst en plastic bakken met kleren en archiefstukken. Inderdaad behelpen, bivakkeren. Al zijn ze er aardig aan gewend, dit moet niet te lang duren. In het midden is een soort van aula gecreeerd. En er staat ook een speciale tent voor de scriptie-examens is vorige week gehouden zijn. Ja, alles gaat door. Deze toestand van langkamperen maakte diepe indruk op me. Maar evenzo de wil en ook de opgewektheid om vol te houden. Er wordt les gegeven, er worden examens afgenomen, er worden voorbereidingen getroffen voor het aannemen van nieuwe studenten enzovoort.

Aan mij de eer om de studenten toe te spreken, allen van de hogere semesters theologie en opleiding godsdienstleraren. Hoe kan het ook anders op SETIA? Je laat je gezicht zien en meteen weten ze je te strikken voor een toespraak, seminar of preek. Ik heb gesproken over Pinksteren en over de opdracht om te (blijven) getuigen. Ik had mijn Pinksterpreek van afgelopen zondag nog aardig in mijn hoofd en kon die mooi gebruiken: waarom werd de Geest niet meteen bij Jezus' hemelvaart uitgestort, maar moesten de leerlingen nog 10 dagen wachten? Omdat God de Geest koppelt aan het Zeven Weken/Pinksterfeest: dankfeest voor de graanoogst en tegelijk de herdenking van de verbondsvernieuwing op de Sinai (let op de tekenen die toen plaatsvonden, Ex. 19-20). Na mijn 'gastles' vraagt een van de studenten nog naar het teken van de taal op de Pinksterdag. Die brengt hij terecht in verband met de spraakverwarring in Babel (Gen. 11). Toen ging God een smalle weg met één volk (zonder overigens de andere volken uit te sluiten al liet hij ze hun eigen wegen gaan), maar op Pinksteren kwam de doorbraak naar alle talen en volken.

En toen was er koffie ("Kopi pahit, ya Paheng?") en pisang goreng. En tijd voor nog een praatje met verschillende stafleden. Maar niet zo lang want de chauffeur stond alweer klaar om te vertrekken. We moesten weg wilden we voor twaalf uur bij de locatie in Kali Malang zijn. We reden over de nieuwe tolweg richting Bekasi en kwamen zo vlot in Kali Malang. Alleen het laatste stukje was er even file, maar we arriveerden mooi op tijd bij de barakken waar de studenten van de opleiding ziekenverzorging gehuisvest waren. Opnieuw een goed weerzien met oude bekenden. En ook hier werd van mij een opbeurende bijbelwoord verwacht. In verband met de setting koos ik nu een van Jezus' genezingswonderen: de reiniging van een melaatse (Mat. 8:1-4). "Kunnen jullie een melaatse reinigen?" (In het Indonesisch zijn de woorden voor ritueel reinigen en schoonmaken heel verschillend). Het werd weer een heel verhaal, maar gefocust op dat woord 'reinigen': melaatsheid als symbool van de zonde. Jezus, die de melaatse aanraakt, wordt zelf onrein. Hij neemt onze 'melaatsheid' over, wordt zelfs 'zonde' (zegt Paulus in 2 Kor. 5). Bijzonder dat tegelijkertijd in de moskee op het complex de imam zijn wekelijkse preek hield. Ik hoorde hem het woord 'rakhmat' (genade) gebruiken. Over genade gesproken!

Daarna stond de maaltijd klaar: rijst met soep, groente, tempe en mie. Dat smaakte voortreffelijk. En intussen bijgepraat met de aanwezige stafleden. Dit onderkomen was toch een stuk mooier en beter dan dat tentenkamp in Cibubur. Toch wordt dat zo'n beetje als 'hoofdvestiging' beschouwd. Het is daar ook het rustigst.

We vertrokken richting Grogol, weer over de tolweg. En nu hadden we wel behoorlijk last van files. Bij Taman Anggrek verlieten we de tolweg en bij een keerplek verderop gingen we aan de andere kant van de tolweg terug en bereikten het verlaten en zeer vervallen stadskantoor van Grogol. Wat mij betreft was dit het ergste: kapotte trappen, stinkende riolen, brak water. Hier bivakkeren de studenten van de 'pedagogische academie' (PGSD) en van het eerste jaar theologie in armzalige omstandigheden. Ook de bibliotheek is hier gevestigd. Aan de andere kant wel weer een mooie ruime aula. Ook hier mocht ik weer het woord voeren. Ik koos nu voor een toepasselijke tekst uit het OT: de drijvende bijl in 2 Kon. 6. Het gaat in dat verhaal helemaal niet om die bijl, maar om de kwestie dat door het ongeluk met die bijl de voorgenomen bouw van een groter onderkomen in gevaar komt. Er kan zomaar iets gebeuren waardoor je plannen in de war raken. Een oplossing is er niet altijd, maar je mag wel zeker weten dat God zijn plannen uitvoert, hoe dan ook.

Nog even napraten met enkele goede bekenden. En toen ging het weer op 'huis' aan. Dat duurde nogal even. Om kwart voor zes was ik weer terug op mijn hotelkamer. Zoals gezegd, ik was onder de indruk van de ellendige omstandigheden waarin SETIA verkeert, maar evenzeer van de moed en de wil om door te gaan. Tuhan memberkati SETIA! De Heer zegene SETIA!

Aan de slag in Jakarta

04-06-2009 12:43

Waar blijft de tijd? De eerste twee dagen in Jakarta zijn om voor ik het weet. Dat zal wel meekomen van de jetlag waardoor ik nog steeds niet op regel ben. Hoewel, ik heb wel een normale nachtrust gehad.
 
De reis naar Jakarta, met een Boeing 'Triple Seven' (777), verliep precies volgens schema. Ik reisde samen met Gerrit de Graaf die als aio onderzoek doet naar de geschiedenis van het zendingswerk van de GKV op Papua. Het was hier en daar behoorlijk turbulent, maar dat leverde geen vertraging op. Tussen de dutjes door heb ik achterin het vliegtuig een tijdje staan kletsen met een van de stewards, woonachtig in Heerenveen. In Kuala Lumpur mochten we een halfuurtje de benen strekken. De vlucht naar Jakarta duurde nog anderhalf uur. Om vijf uur landden we op Soekarno-Hatta, de luchthaven van Jakarta. Daar nam ik afscheid van Gerrit die meteen doorreisde naar Papua en ging mee met Pak Frans, de chauffeur van Wisma PGI. Om even over half zeven kwamen we daar aan en kon ik eten, douchen en slapen. Maar eerst nog even contact gehad met Marianus en Mariam.
 
Ik had de wekker op acht uur gezet maar werd om kwart over zeven ruw gewekt door het Indonesische mobieltje: Yefta van SETIA om mij welkom te heten (toen hij doorkreeg dat hij mij uit de slaap wekte, legde hij meteen op en vanmorgen bood hij uitgebreid excuses aan). Even later een belletje van Bina Kasih of ik inderdaad was aangekomen en die morgen zou langskomen. Geen tijd dus om te acclimatiseren. Meteen aan de slag. Na het ontbijt ben ik, opnieuw met de auto van PGI, naar Bina Kasih gereden. Daar heb ik gepraat met het leidende drietal en afspraken gemaakt voor de presentatie 's avonds in de Gereja Santapan Rohani di Indonesia. Die presentatie ging over mijn boek Kitab Suci - untuk Kita!, met als onderwerp voor deze avond: 'Hoe lees je de bijbel?'
 
Vanmorgen ben ik op de (tijdelijke) locatie van SETIA geweest waar de M.Div-opleiding plaatsvindt, vlakbij de boekwinkel van BPK. Van buiten lijkt het een onooglijk gebouw (zonder ramen!), maar binnen valt het toch niet tegen. Daar tref ik verschillende bekenden, onder wie Yefta. Ook ontmoet ik Dick Mak. Ik hoor veel over de locatie-troubles. Tot nu toe is er van de toegezegde hulp van de overheid niet veel terechtgekomen. Er is maar weinig uitzicht op een nieuwe locatie. Net gisteren is duidelijk geworden dat de mogelijke aankoop van een lap grond niet kan doorgaan. Zou men misschien denken: als we ze zo verspreid houden, gaan ze vanzelf wel uitelkaar? Het probleem oplossen door het te laten voortduren? Morgen komt iemand van SETIA mij ophalen voor een rondrit langs de verschillende locaties. Triest om te moeten zien hoe uiteengeslagen ze zijn, maar mooi om te constateren dat ze ondanks alles volhouden: binnenkort vindt er een diploma-uitreiking plaats en er worden in juli ook nieuwe studenten aangenomen.

Bij BPK koop ik een paar pasverschenen boeken. Daarna praat ik met enkele mensen van de uitgeverij. De uitgave van Sejarah GGRI is klaar en kan worden afgewerkt. De uitgave van Terpanggil untuk Mengaku Iman kan hopelijk nog dit jaar plaatsvinden.
Terug bij Wisma PGI ga ik eerst maar eens eten. Het is intussen drie uur.
 
Het is goed om hier te zijn en allerlei bekenden weer te zien. Ook de zaken gaan veel sneller via een gesprek dan via de mail. Want meteen reactie.
 
De komende dagen staan vooral in het teken van bezoeken aan LITINDO-medewerkers en SETIA-vrienden.

Pinksterfeest

30-05-2009 15:21

Vandaag moet er nog wel het een en ander gebeuren aan laatste reisvoorbereidingen, maar het is wel een relaxte dag. Alles wat mee moet, ligt klaar. En het weer is heel geschikt om alvast wat te wennen aan de tropische temperaturen in Jakarta.
 
Morgen nog een drukke dag in Onnen. Het is Pinksteren. Dat alleen al is reden om extra aandacht te geven aan de kerkdiensten. Het wordt helemaal een feestelijk gebeuren omdat twee jongelui openbare geloofsbelijdenis gaan afleggen. Mijn preek zal gaan over Handelingen 2:4a en 17-18, met als thema: "Wij allemaal vol van de Geest! Dan nu: profeteren!" Het kan niet anders of wie vol is van de Geest, die laat dat ook merken. Iedere christen is getuige en profeet. Geloof is per definitie zichtbaar en hoorbaar. Het verandert de wereld.
 

Reisvoorbereiding

25-05-2009 14:16


Vandaag over een week hoop ik te vertrekken voor mijn jaarlijkse LITINDO-werkreis naar Indonesia. De reis voert dit jaar naar Jakarta, Denpasar (Bali), West-Papua, Surabaya en weer Jakarta. In Jakarta moet weer worden overlegd met uitgevers en vertalers. Natuurlijk ga ik ook SETIA een bezoek brengen. Op de STT Johanes Calvin in Denpasar ga ik een cursus geven aan de docenten over de methode van exegese. En op Papua hoop ik, samen met mijn Indonesische collega Marianus Waang van SETIA, enkele miniseminars te geven over het onderwerp 'Gods voorzienigheid tegenover magie en toverij'. Op de terugreis naar Jakarta ga ik via Surabaya om met de uitgeverij Momentum contact te hebben.

De reis duurt van 1 juni tot 18 juli. Deze week is er nog van alles te doen: een familiedag, een verjaardag, een huwelijksjubileum. En last but nog least het Pinksterfeest met Openbare Geloofsbelijdenis in de GKv van Onnen.